zondag 3 mei 2009

WERKSTUK OVER POEZEN.

Hee mensen die dit lezen.
Janneke Wijman heeft ook een werkstuk over Poezen gemaakt.
Dit is hem.

HOOFDSTUKKEN

1 Het lichaam van de poes.

2 Spelen met de poes.

3 Soorten poezen.

4 Ziekte

5 Verzorging.

6 Wat eten poezen.

7 Kittens.

INLEIDING

Ik doe een werkstuk over poesjes omdat het mijn lievelingsdier is en ik heb zelf een poes dus ik weet er veel over.


1 HET LICHAAM VAN DE POES.

OGEN OREN

In de donker kan Een poes kan twee

een poes beter zien keer zo goed zien als

dan overdag. een mens.

STAART POTEN TONG

Als een poes boos Een poes heeft De tong van een

is heeft zij of hij een kussentjes onder poes is ruw.

dikke staart. zijn poten.

De poes kan ongeveer 60 centimeter worden.

Een poes kan meerdere kleuren hebben dat heet een lapjeskat.

Er zijn mannetjes katten en vrouwtjes poezen.

Een mannetje heet een kater en een vrouwtje heet een poes.

2 SPELEN MET DE POES

Een poes vindt het ook leuk om te spelen, dus speel vaak met je poes.

Een poes vindt dit leuk om mee te spelen.

1 een muis

2 een balletje

3 je hand

4 je voeten

5 een knuffel

6 kleine dingetjes

7 bolletje wol

Maar pas op!

Sommigen dingen zijn gevaarlijk.

Bijvoorbeeld:

1 kabels

2 snoeren

3 giftige dingen

4 stekker

Poezen vinden het ook leuk om in de gordijnen te hangen, als je dat niet wil, moet je een poes een tik op zijn neus geven.

Als je dat steeds door blijft doen, leert ze het vanzelf af.

Als jij je hand op de grond legt en er een beetje mee beweegt, gaat de poes met je hand spelen. Jongen poesjes bijten soms, maar dat doen ze niet omdat ze boos zijn maar omdat ze willen spelen.

Een kleine poes wil heel veel spelen.


3 SOORTEN POEZEN

Er zijn heel veel soorten poezen. Ze hebben allemaal verschillenden kleuren. Er zijn ook raskatten, die mogen niet naar buiten, want ze worden gestolen als ze naar buiten gaan. Als je een poes wilt moet je niet naar het uiterlijk van die kat kijken, maar of die poes lief is.

Je moet voordat je die poes gaat kopen haar eerst even aaien als ze dan bijt of krabt moet je haar niet nemen.

4 ZIEKTE

Een poes kan ook ziek zijn. Ze hebben soms vlooien, dan moet je iets kopen om ze te ontvlooien. Ze kunnen ook een navelbreuk krijgen, dat komt doordat jij je poes te veel optilt. Ze kunnen ook maag darm klachten hebben, dan is de maag van een poes helemaal van streek.

Als het lijkt dat je poes zich niet lekker voelt moet je naar de dierenarts.

Een poes moet soms ook voor controle naar de dierenarts.

Als er een ander ongeluk gebeurt dan moet je ook naar de dierenarts.

5 VERZORGING

Een kat moet natuurlijk ook goed verzorgt worden.

Een poes mag je natuurlijk niet mishandelen.

Dus wees altijd lief voor je poes. Zet ook een kattenbak neer en maak hem regel matig schoon. Zorg ook dat je poes zich thuis voelt.

Je moet je poes ook kammen. En ze vindt het ook heel lekker als je haar veel aait dus lekker kroelen met je poes.

6 WAT ETEN POEZEN?

Je moet je poes ook eten geven. Een baby poesje moet 3 keer per dag eten. Een poes die ongeveer 6 jaar is moet 2 keer per dag eten.

Een poes die heel oud is moet ook 3 keer per dag eten.

Dit eten drinken en eten poezen:

1 Vis

2 Brokjes

3 Vlees

4 Water

5 Melk

Maar sommigen dingen mogen ze niet eten:

1 Restjes van je eten

2 Dingen die op straat liggen

Poezen moeten ook iedere dag schoon drinken krijgen.

7 KITTEN

Jongen poesjes heten kittens. Als een poes kittens krijgt, dan krijgt ze meestal 6 kittens. Dan moet je en huis voor ze zoeken, of naar het asiel brengen. Als je niet wil dat je poes kittens krijgt, dan moet je een pil aan je poes geven. Als een mannetjeskat denkt dat een vrouwtjes poes bybas krijgt gaar hij met haar vrije.

MENIG

Ik vind het heel leuk om een werkstuk te maken.

Het is mijn eerste keer dat ik dit doe.

SPREEKBEURT OVER DE WADDENEILANDEN

Hallo mensen die dit lezen.
Dit is een spreekbeurt van Janneke Wijman ze is 10 jaar oud mijn tweelingzus.
Ze heeft het gemaakt in groep 5.
Dit is hem.

Ik ga een spreekbeurt over de Waddeneilanden houden.

Dat doe ik omdat ik vaak naar de Waddeneilanden ga.

INLEIDING

Je hebt vijf verschillenden Waddeneilanden: Texel, Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog. Ik ga nu plaatje laten zien van Waddeneilanden. De volgorde van de Waddeneilanden kan je onthouden door de eerste letters van de waddeneilanden achter elkaar te zetten. dan krijg je het woord tvtas.

De Waddeneilanden liggen in de Noordzee en Waddenzee.

Alle Waddeneilanden hebben een eigen vuurtoren.

De vuurtoren van Terschelling heeft als enige een eigen naam, de Brandaris.

Alle anderen vuurtorens heten gewoon vuurtoren.

Ik ga nu een tekening van alle vuurtorens laten zien.

OVER DE WADDENEILANDEN

Eerst waren er nog geen Waddeneilanden.

Toen was het nog een land.

Heel lang geleden zijn ze van elkaar los gespoeld.

DE BOOT

Als je naar Texel, Vlieland, Terschelling of Ameland of Schiermonnikoog gaat, moet je met de veerboot een veerboot is een boot die altijd de zelfde roeten vaart.

DIEREN

Er leven natuurlijk ook dieren op de Waddeneilanden.

zoals koeien en schapen en paarden, maar er leven het meest

vissen en zeehonden en zeevogels. Meeuwen vliegen vaak rond de boot omdat ze hopen gevoerd te worden. Maar dat mag niet altijd want wat er in komt gaat er ook weer uit.

Schapen op Texel hebben beroemden schapenwol.

er worden dekbedden van gemaakt.

HET STRAND

Er zijn natuurlijk ook stranden op de Waddeneilanden.

Op het strand kan je veel spulletjes vinden die aan gespoeld zijn

Een tijdje geleden zijn er sport schoenen aan gespoeld je zag toen veel mensen in sport schoenen lopen. Laatst waren er bananen aan gespoeld die mensen verkopten.

Op het strand zijn ook hogen duinen.

Die duinen houden het water tegen want als het stormt kan het

water er niet door als dat wel kan dan overstroomd het dorp van de Waddeneilanden. Op het strand zijn ook veel mooie schelpen te vinden.

EB EN VLOED

Als het eb is trekt de zee zich terug. Als het vloed is komt het water ver over het strand. Dat heet getijden. Dat heeft te maken met de stand van de aarde en maan en de zon. Twee keer per etmaal (dat is 1 dag en 1 nacht samen) wordt het vloed en ook twee keer eb. Een keer vloed of eb duurt zes uur.

VOGELS

Vogels vliegen als het koud wordt naar een warm land. Ze komen uit Rusland en gaan naar Afrika ze rusten uit op zandbanken in de Waddenzee Zandbanken zijn gebieden in de zee, die droog blijven als het vloed is. Ze zoeken op de zandbanken voedsel en gaan hun verendek schoonmaken. Hier maken ze hun verendek schoon. Je mag ze daarbij niet storen wand dan schrikken ze dan vliegen ze weg dan kunnen ze soms

pas vijf kilometer verder een goede plek vinden. en dat kost zoveel energie dat ze soms niet meer kunnen vliegen en dan is het al koud in Nederland en kunnen ze doodgaan.

NOORDZEE

De Noordzee heeft hogen golven. Er is onderstroming in de Noordzee. Als er onderstroming is dan wordt je door de zee naar onder getrokken, dat is heel

gevaarlijk. Dus als je een keer in de Noordzee gaat zwemmen, let dan heel goed op dat je niet te ver de zee in gaat.

ZEEHONDEN

Vroeger zag je nooit zeehonden.

nu kom je ze tegen als je met de boot gaat.

in December en in Januari krijgen zeehonden kinderen.

Die hebben nog een hele witte vacht daarmee kunnen

ze niet zwemmen. Als er storm is worden ze mee gesleurd dan spoelen ze aan op het strand ze huilen dan heel erg daarom worden ze huilers genoemd.

Nu ga ik een plaatje laten zien.

BOSSEN

Vroeger waren er op de Waddeneilanden geen bossen. ongeveer honderd jaar geleden hebben ze bomen en helmgras geplant omdat het zand van de duinen weg waaide.

Nu zijn er dus heel veel bossen.

crenberies

Nu ga ik vragen stelen.

1 Hoeveel Waddeneilanden zijn er?

antwoord: 5

2 Welk Waddeneiland heeft een eigen naam voor zijn vuurtoren?

antwoord: Terschelling

3 Hoe heet de vuurtoren van Terschelling?

antwoord: Brandaris

SPREEKBEURT OVER DE TANDARTS

Hee mensen die dit lezen.
Dit is weer een spreekbeurt van Janneke Wijman 10 jaar mijn tweelingzus.
Ze maakte het toen ze in groep 6 zat.
Dit is hem.

Ik hou mijn spreekbeurt over de tandarts.

Dat doe ik omdat ik dat een interessant onderwerp vind.

En ik er wel meer over wil weten.

1. DE TANDARTS

Een tandarts is een soort dokter maar dan voor je tanden.

De tandarts helpt mensen als ze problemen hebben met hun tanden en als ze kiespijn hebben. Maar de tandarts zorgt er ook voor dat je een beugel krijgt als het nodig is, of dat je tandvlees weer gezond wordt en dat je gebit gezond blijft.

Als je te veel snoept gaat je gebit rotten en krijg je pijn aan je tanden, maar als je genoeg poetst gebeurt dat rotten niet en dus gaat je gebit langer mee.

Je moet een keer in het halfjaar naar de tandarts voor controle.

De tandarts kijkt dan of je gaatjes heb.

En de tandarts doet fluor op je tanden, dat is een beetje een raar smaakje maar het is wel goed voor je tanden.

Bij sommige tandartsen mag je zelf een smaakje kiezen.

Van de 10 mensen zijn er 8 mensen bang voor de tandarts,

je hoeft niet bang te zijn want de tandarts doet je wel pijn maar het is wel heel goed voor je gebit.

Want als je nooit naar de tandarts gaat heb je geen mooi gebit.

2.GEBIT

Als je je mond opendoet, zie je twee rijen tanden en kiezen.

Die kiezen en tanden vormen samen je gebit.

De buiten kant van een tand of kies bestaat uit een keihard laagje, dat is tandglazuur. Een kies heeft drie of vier wortels,

De wortels zorgen er voor dat je tanden en kiezen op hun plaats blijven.

Als je een baby bent heb je nog geen tanden.

Na een jaar krijg je pas tanden, dat heten melktanden.

Ze heten melktanden omdat ze wit zijn.

Als je ongeveer 7 of 8 bent ga je je melktanden inwisselen

voor grote mensen tanden.

Dat wisselen duurt wel even want je moet 12 tanden en 4 kiezen wisselen. De nieuwe tanden zijn een stuk groter en sterker.

Als je klaar bent met wisselen heb je 12 tanden en 16 kiezen.

En dan kun je ook nog 4 verstandskiezen krijgen.

Dus in totaal 32 kiezen en tanden.

Als je tanden zijn gewisseld, wisselen ze nooit meer.

Je moet er voor de rest van je leven mee eten en kauwen.

Je moet er dus goed voor zorgen dat je je tanden iedere dag 2 keer poetst.

3. TANDEN POETSEN

Probeer ieder plekje van je gebit met de tandenborstel schoon te poetsen, dus ook aan de binnenkant van je tanden en de kiezen. En vergeet vooral de randjes langs het tandvlees en de lastige plekjes achter in je mond niet. je moet je tanden 2 keer per dag poetsen. ’s Morgens na het ontbijt en ’s avonds voor het slapen gaan. Je moet zeker twee minuten lang je tanden poetsen.

Als je tanden heb gepoetst dan kan je dit pilletje innemen

en dan kan je zien of je je tanden wel goed heb gepoetst.


4.BEUGELS

Bij sommige kinderen staan hun tanden of kiezen scheef.

Of er is niet genoeg ruimte voor alle tanden en kiezen in hun mond, dan is hun mond te klein. Het kan ook zijn dat je tanden en kiezen niet goed op elkaar kunnen. Dan moet je naar de beugeltandarts. Soms moet je dan een beugel. Beugels helpen je gebit mooi en recht te krijgen.

Het gaat er niet alleen om dat je tanden dan mooi en recht zijn,

het gaat er ook om dat je als je een beugel heb gehad beter kan

eten en praten omdat dan je tanden weer recht op elkaar staan. En je tanden zijn beter schoon te houden als ze recht staan.

Voor dat je en beugel krijgt moet je een gips afdruk maken.

Dan moet je in gips happen, dat is er voor dat ze later weten hoe je gebit er toen uit zag.

Een beugel tandarts is meestal een andere tandarts dan de gewone tandarts, dat heet een orthodontist.

Als je een beugel nodig heb is dat meestal rond je tiende jaar. Maar het kan ook eerder zijn, dat hangt er van af wat er met je gebit aan de hand is. Als je jong bent is het veel makkelijker dan dat je volwassene bent om je tanden recht te zetten.

Bij jongeren mensen gaat het meestal ook sneller dan bij oudere mensen.

Er zijn verschillende soorten beugels bijvoorbeeld een buitenboord beugel of een blokjes beugel.

Een buitenboord beugel is een beugel die je ook buiten je mond kunt zien. En een blokjes beugel is een beugel met allemaal blokjes op je tanden.

En als je een beugel heb dan moet je je tanden nog steeds heel goed poetsen, dat kan je hiermee doen.

5.WERKEN BIJ DE TANDARTS

Bij de tandarts werken de tandarts zelf de tandartsassistenten

en de mondhygieniste. De tandartsassistenten die zorgen dat alles goed ligt en geven alles aan. En de mondhygieniste maken de mond schoon, dus die verwijderen tandplak en geven ook poestles. Als je tandarts wil worden moet je naar de universiteit en tandheelkunde studeren.

Nu ga ik vragen stellen:

1. Noem 3 redenen op waarom je een beugel moet.

antwoord: omdat je mond te klein is of je tanden staan niet recht op elkaar of omdat je tanden en kiezen scheef staan.

2. Hoeveel grote mensen tanden en kiezen krijg je in totaal?

antwoord: 32 kiezen en tanden.

3. Hoeveel wortels heeft een kies?

antwoord: 3 of 4 wortels.

4. Wat voor beugels zijn er allemaal?

noem er 2 op.

Dit was mijn spreekbeurt.

SPREEKBEURT OVER POEZEN

Hoi mensen die dit lezen.
Dit is een spreekbeurt van Janneke Wijman 10 jaar mijn tweelingzus.
Ze maakte het toen ze in groep 4 zat.
Dit is hem.

Ik ga mijn spreekbeurt over poezen houden.

Dat doe ik omdat poezen mijn lievelingsdieren zijn,

en ik heb zelf ook een poes.

HET LICHAAM VAN DE POES:

OOR:

Het oor kan elke kant opdraaien om geluiden op te vangen.

SCHOUDERS:

De smalle schouders zorgen er voor dat een kat door kleine doorgangen past.

OOG:

In de zon wordt de pupil een smalle streep.

NEUS:

Vochtige neus ontdekt lekkere luchtjes.

SNORHAREN:

Snorharen helpen in het donker de weg te vinden.

VACHT:

De dikke vacht houdt de kat warm.

Een poes kan ongeveer 60 centimeter worden.

SPELEN MET JE POES:

Een poes vindt het ook leuk om te spelen, dus speel vaak met je poes.

Een poes vindt dit leuk om mee te spelen.

1 een muis

2 een balletje

3 je hand

4 je voeten

5 een knuffel

6 kleine dingetjes

7 bolletje wol

Maar pas op!

Sommigen dingen zijn gevaarlijk.

Bijvoorbeeld:

1 kabels

2 snoeren

3 giftige dingen

4 stekker

SOORTEN POEZEN:

Er zijn heel veel verschillende katten.

zoals:

1 Siamezen katten

ze hebben kort haar, een mager lijf en puntige kop ze zijn erg vriendelijk.

2 Birmanen katten

ze lijken op de Siamees maar hebben een langere vacht.

3 Burmezen katten

hebben een ronde kop en ze zijn actief en dol op mensen.

4 Abessijnen katten

ze zijn heel slank en hebben lange dunne poten engrote oren.

5 Perzische katten

ze hebben lange wollige vachten en ronde platte kopen en stevige lijven.

WERKSTUK OVER DE DIERENBESCHERMING EN DE DIERENARTS

Hee mensen die dit lezen.
Dit werkstuk is gemaakt door Janneke Wijman mijn tweelingzus dus ook 10.
Dit is hem.

Werkstuk Janneke Wijman

Janneke’s werkstuk over dierenbescherming en de dierenarts.

Inleiding: Ik heb dit onderwerp gekozen omdat ik zelf ook een poes heb, en die gaat ook weleens naar de dierenarts en ik wil graag weten wat ze daar dan doen.

HOOFDSTUKKEN:

Hoofdstuk 1: Wat doet de dierenarts?

Hoofdstuk 2: Waarom moet een dier naar de dierenarts?

Hoofdstuk 3: Wie werkt er bij de dierenambulance?

Hoofdstuk 4: Wat doet de dieren ambulance?

Hoofdstuk 5: Wat is dierenmishandeling?

Hoofdstuk 6: Waarom is er een asiel?

Hoofdstuk 7:Wat kan je doen zodat er minder dieren doodgaan?


HOOFDSTUK 1: WAT DOET DE DIERENARTS?

Meestal werkt een dierenarts in een praktijk.

Daar gaan mensen heen met een ziek dier.

De dierenarts probeert dat dier beter te maken,

soms lukt dat niet en laat de dierenarts het dier inslapen.

Dan krijgt het dier een prik.

Maar soms heeft het dier niet iets ernstigs,

en krijgt het dier alleen maar een prik of een spuit tegen de ziekte die het

dier heeft.

Of het dier moet geopereerd worden.

Maar een dierenarts zorgt er ook voor dat dieren gezond blijven,

hij knipt nagels en geeft dieren een spuit tegen ziektes en nog veel meer.

Dieren kunnen verschillende ziektes krijgen.

Een hond kan bijvoorbeeld een leverziekte krijgen.

Die ziekte krijgt je hond door een virus.

Jonge honden hebben vaak dat ze witte plas krijgen dan moet je ook naar de dierenarts en krijg je witte zalf wat je er op moet smeren.

Poezen krijgen vaak vlooien en bij honden komt dat ook veel voor.

Maar poezen kunnen ook de kattenziekte krijgen,

die ziekte wordt veroorzaakt door een super klein besmettelijk virusje.

Katten die onder de 1 jaar zijn het gevoeligst voor de Kattenziekte.

Katten krijgen door de Kattenziekte hoge koorts en na een tijdje krijgen ze zelfs diarree en kan de kat uitdrogen. Dus gaat dan meestal dood.

Hamsters en cavia’s kunnen een ontstoken oog krijgen,

daaraan kunnen ze dood gaan.

Dus moet je als het lijkt dat ze een ontstoken oog hebben

zo snel mogelijk naar de dierenarts.

Een schaap kan een zomerlongontsteking krijgen,

daardoor sterfen veel lammetjes en schapen.

Die ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie dat Pasteurella heet.

De schapen kunnen het krijgen vanaf het voorjaar tot ver in de herfst.

Schapen kunnen tegen die ziekte behandeld worden met antibiotica,

maar de behandeling is vaak te laat.

Om te voorkomen dat je dier ziek wordt moet jij je huisdier goed te eten geven en goed verzorgen en ook als het lijkt dat je dier ziek is snel naar de dierenarts gaan.

HOOFDSTUK 2:

WAAROM MOET EEN DIER NAAR DE DIERENARTS?

Vaak willen dieren niet naar de dierenarts,

maar dat moet toch.

Als je nooit met je dier naar de dierenarts gaat,

wordt je dier ziek.

Je moet ongeveer 1 keer per halfjaar naar de dierenarts voor controle.

De dierenarts geeft je dier dan een spuit of een prik tegen erge ziektes.

Als je op een boederij woont komt de dierenarts vaak naar je boederij toe dat doet hij ook 1 keer per halfjaar, dan gaat de dierenarts meestal gelijk alle dieren behandelen. Dat is vaak een andere dierenarts dan een dierenarts die een partijk heeft.

Helaas komt het nog steeds veel voor dat dieren aan erge ziektes dood gaan.

Maar de laatste tijd komt dat minder vaak voor doordat ze steeds meer dingen uitvinden om dieren goed te behandelen.

De dierenbescherming zorgt er ook voor dat dieren niet meer verdrinken of ergens anders aan doodgaan.

Jij kan er ook voor zorgen dat dieren minder snel doodgaan.

Want je kan bijvoorbeeld heel lief doen tegen dieren in de natuur of in de winter voedsel ophangen voor de vogels of vogelhuisjes ophangen en nog veel meer.

En het aller berlangrijkst is natuurlijk dat je goed voor je eigen dier zorgt.

De dierenbescherming brengt vaak gewonde dieren die ze hebben gevonden op straat naar de dierenarts en als de dierenarts het dier dan behandeld heft en het dier heeft geen baasje wordt het dier naar het asiel gebracht.

HOOFDSTUK 3: WIE WERKT ER BIJ DE DIERENAMBULANCE?

Er zijn ongeveer in Nederland 65 dierenambulances.

In jouw buurt is er altijd wel eentje.

Nederland is het enige land waar er zoveel dierenambulances zijn.

De mensen die bij een dierenambulance werken zijn bijna altijd vrijwilligers.

Dan krijgen ze geen geld voor het werk wat ze doen.

Maar toch werken er heel veel mensen omdat ze van dieren houden.

Veel vrijwilligers hebben ook nog een andere baan waar ze wel geld verdienen.

Ze schrijven op een rooster wie er werkt en wanneer, want ook in de nacht moet de dierenambulance klaarstaan want dan kan er ook een ongeluk gebeuren of worden er dieren ziek.

Het werk van een dierenambulance is heel belangrijk want als er geen dierenambulance was, waren er al veel meer dieren doodgegaan.

Als je bij de dierenambulance wil werken kunnen ze dat wel gebruiken want ze hebben altijd wel vrijwilligers nodig. Maar je kunt niet zomaar aan de slag, je moet wel met dieren om kunnen gaan en ze goed kunnen helpen.

Meestal krijgen de vrijwilligers eerst een opleiding.

Dan leer hoe alles gaat en wat je moet doen als je bij de dierenambulance wil werken.

En de nieuwe vrijwilligers moeten ook hun E.H.B.O. diploma voor dieren halen.

Dat betekend Eerste Hulp Bij Ongelukken. Dat moet je halen zodat je weet hoe je zieke en gewonde dieren kan behandelen. Ze leren hoe je een gewond dier kan oppakken en hoe je met gewonde dieren moet omgaan, hoe je kunt zien wat er aan de hand is met het gewonde dier en hoe je een verband moet aanleggen.

Maar als je dier met de dierenambulance meegaat en naar de dierenarts gaat, moet je er wel geld voor betalen. Heel erg veel is dat niet.

De meeste mensen kunnen dat wel betalen.

Als je een huisdier neemt moet je er ook wel over nadenken of je alles wel kan betalen: Om naar de dierenarts te gaan, voor de dierenambulance, voor voer, voor spullen zoals bij een kat een kattenbak, of bij een hond een bal,of bot.

En je hebt bij sommige dieren een hok nodig of een mand.

HOOFDSTUK 4: WAT DOET EEN DIERENAMBULANCE?

Een dierenambulance zorgt er voor dat je dier niet verdrinkt of ergens anders aan doodgaat. Je kan een dierenambulance vergelijken met een ziekenwagen.

Als er bijvoorbeeld een hond aangereden is komt de dierenambulance, die brengt je hond zo snel mogelijk naar de dierenarts, dus het is het zelfde als een ziekenwagen want die brengt je zo snel mogelijk naar het ziekenhuis.

Als er iets heel ernstigs is gebeurd wordt je huisdier met gillende sirenes naar de dierenarts gebracht. Als jij bijvoorbeeld een hond of een kat op straat ziet die aangereden is moet je de dierenambulance bellen of het dier naar de dierenarts brengen. In Purmerend is het telefoonnummer van de dierenambulance : 0299-436084. Als de dierenambulance gebeld wordt omdat er ergens een gewond dier is, rijden ze er natuurlijk meteen heen en dan geven ze het dier eerste hulp ze doen bijvoorbeeld verband om een dier zijn poot. Of ze geven het dier een prik. Als het dier heel erg gewond is wordt het naar het dierenziekenhuis gebracht.

In Amsterdam is ook en dierenziekenhuis.

Het adres daarvan is:

Leuvenstraat 12

1066 HC Amsterdam

Tel: 020 4081408 (24 uur per dag)

E-mail: info@dierenziekenhuisamsterdam.nl

Voor meer informatie over het dierenziekenhuis kan je op deze website kijken: www.dierenziekenhuisamsterdam.nl

In Groningen is ook een dierenziekenhuis, dat adres is:

Vechtstraat 74

9725 CW Groningen

tel: 050 - 5263255

Als je daarvan meer wilt weten moet je op:

www.huisdierenkliniek.nl kijken.

HOOFDSTUK 5: WAT IS DIERENMSHANDELING?

Het erge is dat sommige mensen dieren mishandelen.

Het gebeurd bijvoorbeeld weleens dat iemand jonge katjes in een zak doet omdat die gene geen jonge katjes wil en dan dumpt die gene ze in het water. Zelf vind ik dat heel erg, helaas kan de dierenbescherming er niet zo veel aan doen want het gebeurd in alle plaatsen weleens.

Als iemand een dier over rijd is die nog niet meteen een dierenmishandelaar. Want het kan ook zijn dat het per ongeluk ging of iemand had het niet gezien.

Er zijn ook proefdieren dat zijn dieren die dingen moeten proberen zoals medicijnen uitproberen. Die dieren zitten meestal in een veel te klein hokje, dus ze hebben helemaal geen fijn leven en gaan ook snel dood aan giftige of mislukte medicijnen. Ze kunnen ook met giftige stoffen worden ingespoten, mensen kijken dan of het wel een goed middel is, als het een goed middel is wordt het ook op mensen uitgevoerd en anders maken ze het dier dood of laten ze hem pijnlijden.

Dieren worden ook gedood om hun vacht, er worden per paar jaar ongeveer 10 miljoen dieren gedood en dat alleen maar om hun vach want daar willen ze dan weer bont van maken. Niet allen mensen dragen bont, mijn menig erover is dat ik het heel erg zielig vindt voor de dieren en geen echt bont draag.

HOOFDSTUK 6: WAAROM IS ER EEN ASIEL?

Een asiel is eigenlijk gewoon een huis maar dan voor dieren, het bestaat uit heel veel hokken. Een dier wordt naar het asiel gebracht als het geen baasje meer heeft. Vaak gebeurd het dat mensen op vakantie gaan en hun huisdier nergens kwijt kunnen dus dat ze hun dier naar het asiel brengen. Eigenlijk is dat niet zo goed want daar hebben ze niet een heel leuk leven ze zitten daar vaak in hele kleine hokjes waar ze net in passen en er komen ook niet zo super veel mensen die een dier uit het asiel halen. Het asiel is ook niet leuk voor dieren omdat ze er bijna geen aandacht krijgen en maar heel soms uit hun hok mogen dus ze kunnen bijna nooit spelen.

Maar het asiel is ook weer goed want als het asiel er niet was dan waren er veel meer dieren die op straat zwerfen, dus die gaan veel sneller dood. Natuurlijk zijn niet altijd alle asiels zo, in sommige asiels geven ze heel veel aandacht aan dieren en zitten ze niet altijd in een heel klein hokje.

In een asiel is veel werk te doen. De hokken moeten verzorgd worden, de dieren moeten te eten krijgen, nieuwe dieren worden ingeschreven, zieke dieren worden verzorgd enz. Meestal werken er veel vrijwilligers bij een asiel samen met een paar mensen die ervoor betaald worden. Maar allemaal zijn ze gek op dieren. Dat moet ook wel want er wordt iedere dag gewerkt. Dus 365 dagen per jaar. Je kan moeilijk tegen een hond zeggen dat hij niet wordt uitgelaten, omdat het weekend is. In het asiel worden dieren opgevangen die zijn gevonden, weggelopen of waarvan de baasjes niet meer voor ze wilden of konden zorgen. Of gewonde dieren die mensen hebben gevonden. Maar er wordt ook gezorgd voor dieren waarvan het baasje op vakantie is. Als je een kat laat logeren in een asiel moet je er wel voor zorgen dat de kat gechipt is. Dat betekent dat de kat een chip in zich heeft waar al de gegevens van die kat op staan.

Ook moet het baasje een dierenpaspoort laten zien waarin staat of de kat alle prikken heeft gehad. Anders zouden andere dieren ziek kunnen worden.

HOOFDSTUK 7: WAT KAN JE DOEN ZODAT ER MINDER DIEREN DOODGAAN?

Natuurlijk kan jij er ook voor zorgen dat er minder dieren ziek worden en doodgaan. Je kan bijvoorbeeld postzegels verkopen voor geld voor de dierenarts. Je kan natuurlijk ook als je een dier hebt er goed voor zorgen en niet naar het asiel brengen, want dan doe je in ieder geval al iets voor je eigen dier. En niet te vergeten dat jij je dier natuurlijk ook als het nodig is naar de dierenarts laat gaan.

Je kan ook iets doen voor je eigen dier want je moet je dier wel goed verzorgen.

Je moet je dier goed verzorgen dus:

Goed eten geven.

Bijvoorbeeld als je een kat hebt de kattenbak goed schoon maken.

Als je een hond hebt je hond uitlaten.

Natuurlijk moet je ook met je huisdier spelen.

En zo zijn er nog veel meer dingen die je met je huisdier moet doen.

Je kan ook de dierenarts steunen daarmee bedoel ik dat je ook af en toe geld aan de dierenarts geeft.

En soms collecteren er ook mensen voor de dierenarts of dierenbescherming.

Dus een ding is vooral belangrijk zorg vooral goed voor je huisdier.